Close
2017 website
U heeft geen artikelen in uw winkelwagen.
Zoek
Filters

Overhemd van een gentlemen Turnbull & Asser

Overhemd van een gentlemen

bivolino 

 

Het moderne 

overhemd van een gentlemen

heeft een lange voorgeschiedenis , ofschoon de huidige vorm al aan het eind van de 19e eeuw ontwikkeld werd . In 1871 liet de firma Turnbull & Asser  het eerste met knoop en knoopsgat gesloten overhemd registreren . Tot dan werd het overhemd over het hoofd aangetrokken . Het was toentertijd echter wel al een hele tijd een onderdeel van de bovenkleding geworden . Tot in de 18e eeuw werd het hemd onder de kleding gedragen en was alléén bij de kraag zichtbaar .

Overhemd of onderhemd ?

Aanvankelijk was het hemd deel van het ondergoed en deze oorsprong blijft het tot op heden achtervolgen: het lijkt nog steeds niet bijzonder gepast – vooral in gezelschap van dames – onuitgenodigd het colbert uit te doen .Dit mag velen volledig achterhaald lijken , maar als wij ons voorstellen dat het overhemd vroeger een onderhemd was , valt het te begrijpen . In ons collectieve bewustzijn is dit idee nog altijd vast verankerd , in ieder geval in de westerse wereld .Tot het einde van de 19e eeuw was het witte overhemd een teken van voornaamheid . Alléén de man die genoeg geld had zijn overhemden regelmatig te laten wassen en wie genoeg exemplaren bezat om vaak te kunnen wisselen , kon zich veroorloven witte overhemden te dragen . Omdat werk , van welke aard dan ook , de reinheid van zo’n overhemd zou besmeuren , kon alléén een gentlemen het aantrekken , dus een adellijk of welgesteld iemand , die van zijn rijkdom kon leven .Gestreepte overhemden kwamen pas aan het eind van de 19e eeuw in de mode . Toch hadden zij het moeilijk om als deel van het toen gebruikelijke pak voor in de stad geaccepteerd te worden .Mannen met gestreepte hemden werden er altijd van verdacht vlekken te willen camoufleren .Als compromis verscheen het bonte overhemd met een witte boord en witte manchetten . Ook nu nog zijn combinaties van bedrukte stof met een witte boord erg geliefd , maar zij worden nooit zo serieus genomen als een wit overhemd .
Staande of  liggende boord ?
Het model van de boord is een wezenlijk stijlkenmerk van elk overhemd . De boorden van vroegere overhemden waren al verschillend van vorm . Er wordt een principieel verschil gemaakt tussen een staande en een liggende boord . Tot aan het eind van de 19e eeuw kwam de staande boord in verschillende variaties voor . De grootte van de halsdoek bepaalde de breedte van de boord . De staande boord werd steeds meer vervangen door een liggende en vanaf de jaren 1930 wordt een staande boord alléén nog bij een smoking of een rok gedragen . Zowel staande als liggende boorden waren in afneembare vorm verkrijgbaar . Het voordeel hiervan was dat de boord dagelijks gewassen kon worden , terwijl de rest van het overhemd gespaard werd . Wie in de gelegenheid was zijn overhemden dagelijks te laten wassen , had zoiets niet nodig . De afneembare boord bood ook de mogelijkheid met de boorden te variëren om zo het bezit van meerdere overhemden te suggeren zonder dat er werkelijk steeds nieuwe aankopen gedaan moesten worden . Toch waren er ook nadelen , zoals het tijdrovende aan-en afknopen en het zoeken , s’morgens , naar de knoopjes .Sommige excentriekelingen hielden aan deze mode vast , zoals de Amerikaanse auteur Tom Wolfe , wiens stijl van kleden met de jaren 30 verbonden is . Het huidige overhemd heeft sinds de Eerste Wereldoorlog weinig veranderingen ondergaan . Alléén het borstzakje is in de jaren 60 , met het verdwijnen van het vest , verschenen . De traditionele overhemden hebben echter nog steeds geen borstzakje , omdat niemand precies weet wat er ingestopt moet worden en een eventueel gevuld borstzakje geeft bovendien een onelegante aanblik .
Turnbull & Asser

Turnbull & Asser is een Britse kleermaker opgericht in 1885. Prins Charles heeft het bedrijf zijn koninklijke machtiging gegeven. Turnbull & Asser werd in 1885 opgericht door Reginald Turnbull, een lakenhandelaar, en Ernest Asser, een verkoper. Samen openden zij een kleding- en garenwinkel onder de naam "John Arthur Turnbull" in de Londense wijk St. James's in de West End. Dit bleek een strategische keuze, gezien de vele gentlemen's clubs die in deze buurt gevestigd waren, waardoor de zaken van Turnbull al snel een hoge vlucht namen. In 1895 werd de bedrijfsnaam gewijzigd in "Turnbull & Asser". In 1903 verhuisde de zaak naar een pand op de hoek van Jermyn Street en Bury Street, alwaar de zaak tot op heden gevestigd is. In 1915, gedurende de Eerste Wereldoorlog, ontwikkelde Turnbull & Asser een trenchcoat voor het Britse leger die tevens kon dienen als slaapzak. Deze jas stond bekend als de "Oilsilk Combination Coverall & Ground Sheet". In de jaren '20, toen kleding al minder formeel werd, werden herenoverhemden steeds meer zichtbaar als kledingstuk. Hierop besloot Turnbull & Asser zich vooral te gaan focussen op het maken van hemden, waar ze tegenwoordig nog steeds bekend om staan, en het segment omtrent de garen te laten vallen. In de plaats hiervan werd het assortiment aangevuld met sportkleding en herenoverhemden (zowel op maat als confectie). Als symbool werd een jachthoorn gebruikt met daarboven de letter 'Q', een verwijzing naar de "Quorn Hunt", één van Engeland's oudste jachtpartijen.

Tijdens de jaren 60 deden de Swinging Sixties hun intrede in Londen. Voor dit fenomeen stond Turnbull & Asser bekend als 'hofleverancier', doordat zij veel moderne en kleurrijke ontwerpen in hun gamma hadden opgenomen. In 1962 begon het bedrijf het filmpersonage James Bond, destijds gespeeld door Sean Connery, te voorzien van overhemden. Deze overhemden waren te herkennen aan hun "turnback cuffs", manchetten die gesloten worden met gewone knopen, dit in tegenstelling tot klassieke manchetten. Deze manchetten staan bekend als Portofino, cocktail of James Bondmanchetten.

In de jaren 70 en 80 besloot het bedrijf terug te keren naar de basis en zich meer te gaan focussen op de traditionele aspecten van de business. In 1974 merkte het bedrijf op dat het steeds meer klandizie van Amerikaanse komaf had, waarop men besloot om aldaar overhemden via grootwarenhuizen als Bonwit Teller en Neiman Marcus te verkopen. Ook opende men een filiaal in Toronto, Canada.

 
 bivolino

Prins Charles kreeg in 1981, na zijn huwelijk met Diana Spencer, van zijn moeder, koningin Elizabeth II, het recht om zelf ook koninklijke predicaten uit te delen. De prins, die zijn overhemden al sinds zijn jeugd bij Turnbull & Asser kocht, loofde zijn eerste predicaat uit aan Turnbull & Asser als hofleverancier van overhemden. Ook draagt de prins van Wales pakken van Turnbull & Asser, die gemaakt worden in de voormalige factorij van Chester Barrie in Crewe, Cheshire.

Ontdek de shirts op http://turnbullandasser.eu/shirts-ties/shirts/seasonal-regular-fit-shirts

In 1986 kocht Ali Al-Fayed, broer van voormalig Harrods eigenaar Mohamed Al-Fayed, de zaak. Hij vernieuwde de winkel in Jermyn Street en sloot het filiaal in Toronto. In 1993 werd het bedrijf Thomas Mason, leverancier van katoen voor Turnbull & Asser, overgenomen door de Albini groep, waardoor de meeste stoffen van Turnbull & Asser tegenwoordig in Italië worden geweven. Niettemin, in tegenstelling tot vele concurrenten uit Jermyn Street, gaat Turnbull & Asser er prat op om zijn kleding nog steeds in het Verenigd Koninkrijk te produceren, iets wat doorgaans gebeurt in hun factorij in Gloucester. Ook opende Al-Fayed, door aanhoudende Amerikaanse interesse, in 1997 een zaak in 57th Street in New York en in 2003 in Beverly Hills.

Inderdaad ,  ik ben een shirtlover , u ook ?

Michel Byvoet

https://twitter.com/shirtlover

www.byvoet.com

 

Plaats uw commentaar